Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd bij concordaat van 15 Juni 1608 besloten het 17e artikel van het 3e boek ') te casseeren. Men overwoog, dat men met Holland gelijk met de andere provincies verbonden was en dat men, zooals onlangs nog weer gebleken was, van Holland in oorlogstijd de meeste hulp had te verwachten; dat bovendien ook in andere Hanzesteden met name in Lubeck en Hamburg de Hollanders tot het burgerrecht toegelaten werden. Zoo konden dan nu voortaan Hollanders, evenals andere vreemdelingen, burgers van Deventer worden.

Een tweede groep van personen, die het grootburgerrecht niet konden verwerven vind ik in de „bouwluyden" om met het stadrecht van 1642 te spreken. Men was bang, dat vele boeren het burgerrecht zouden trachten te winnen om aldus een goedkoope weide voor hun vee te hebben. De eerste bepalingen tegen de boeren trof ik aan in het concordaat van 2 Mei 1620 J); Schepenen en Raad stellen do meente voor om hun in het vervolg „die grothe burgerschap metter weiden te vcrweygeren", en de meente stemt toe. Evenwel in de volgende jaren moest tle meente verscheidene malen aandringen op het naleven van de bepaling3). Nadat vervolgens in 1641 *) was bepaald, dat zij loo g. g meer voor het grootburgerrecht zouden betalen, werd het hun in het stadrecht van 1642 voor de tweede maal ontzegd: „Bouwluyden, so sich alleene met

1) Dit artikel was geheel gelijkluidend met dat in liet stadrecht van 1448; zie pag. 44 dissertatie.

2) Zie bijlage I.

") Zie concordaatb. van: 21 Sejit. 1630; 11 Maart 1031; 11 Febr. 1034.

*) Concordaat van 23 Sept.

Sluiten