Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haal del ijk komen hierin posten voor daarop betrekking hebbende ')• Voor dit opbranden werd betaald, hetgeen aan de stadskas ten góede kwam. In 1414 bedroeg dit opbrandgeld 1 plak, gelijk blijkt uit de oudste rekening van de weidegreven op het Deventer archief aanwezig: „in 't iersten des manedags na Inventio cru cis2) 1117 koee, die sic mit des stad brandyser gheteekent hadden van elke koe 1 plak, maekt 46 guld. 13 pl. Uit de 'rekening van de weidegreven anno 1610 blijkt, dat het opbrandgeld toen voor 1 koe 15 stuiver, voor een paard eveneens 15 stuiver en voor een bolle l braspenning bedroeg. Een paar jaar later bedroeg het voor een koe 13 stuivers en een duit, voor een paard l braspenning. Zoo was het nog in 1620. In 1629 was het echter reeds tot 33 stuivers voor een koe verhoogd. En na al die schommelingen kwam het omstreeks 1635 tot rust: voor een koe moest toen 1 gulden 10 st., voor een paard 3 gulden en voor een bolle 10 st. betaald worden3). Zoo bleef het nu anderhalve eeuw lang, totdat in 1779 het opbrandgeld voor de koeien op 2 gulden werd bepaald 4). Deze laatste verhooging vond zijn oorzaak in het aan-

1) Camer. rek. I pag. 278: „item feria sexta post Margarete virginis a Henrico vigili seniori de pecunia vacearum civitatis per concremationem signatarum XLVII a! VII s. HIJ d."

Camer. rek. I pag. 318: „itern a Henrico vigili juniori de pecunia vaccarum hominuin civitatis per concremationem consignatarum XXXVII 8! XIX s. HIJ d."

2) Inventio crucis viel in 1414 op 7 Mei.

s) Herhaaldelijk drong de gemeente, doch vergeefs, aan op vermindering van opbrandgeld; zie inbrengen van 13 Febr. 1598, 20 April 1010, 11 April 1011, 10 Febr. 1620, 11 Maart 1631, 0 April 1650.

*) Concordaat van 26 April 1770.

Sluiten