Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om iemand te bekreunen. En hoewel er vele oorlogen tusschen Utrecht en Gelderland zijn gevoerd, dat toch nimmer, bij het sluiten van den vrede, de Gelderschen eenige aanspraak op de twee marschen of op Fennenoord gemaakt hebben, maar dat zij de stad Deventer altijd in haar eigendom gelaten hebben.

En wat betreft de bewering van den hertog, dat de weiden hem zouden behooren als aanslibbingen van de hem toebehoorende IJsel, hierop antwoordden Gedeputeerden: dat de hoogheid over de IJsel vroeger aan het bisdom Utrecht en nu aan den keizer is, gelijk blijkt uit vele brieven van keizers en koningen; dat verder van het Koerhuis tot aan zee, aan den rechteroever de hertog in het geheel geen grond heeft liggen en dat aan den anderen oever, tot aan zee toe, de keizer vele kerspelen en buurtschappen heeft als Grapentael, Welsem, Marle, Salk, Cathen, Camperveen en ook de stad Kampen. En tot bewijs, dat de IJsel van Deventer tot zee den hertog niet behoort: dat van algemeene bekendheid is, dat de stad Deventer al vele jaren de vrije visscherij ook aan de Geldersche zijde heeft en daarvan de inkomsten trekt; dat de stad Deventer verder een vrije veestal over de IJsel heeft, gekocht van een bisschop van Utrecht, dien de stroom toebehoorde; dat zij verder getimmerd heeft een houten brug en bruggeld, veergeld en de opbrengsten van den veestapel heeft gebeurd en eveneens tol heeft geheven, in al welke zaken de stad nooit door Gelderland is gehinderd.

Dat behalve op de beide genoemde marschen, de hertog ook nog aanspraak maakt op een uiterweerd Fennenoord genaamd, een weinig boven de stad aan dezelfde zijde

Sluiten