Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keten van oorzaken en gevolgen, die deze menscli niet doorzagen als hij ze doorzien had, niet had kunnen tegenhouden. De eenige maatstaf, waarnaar ik over iemand, in wiens leven ik geen vasten en diepen blik heb kunnen slaan, een meening durf uitspreken, is de indruk, verkregen bij de studie van de geschriften, die hij naliet. Wicquefort kan ik alleen uit zijne eigen werken kennen, uit de omstandigheden, onder welke hij ze gereed bracht, en uit de brieven, die hij schreef aan personen, in wier dienst hij zich begeven had. Ik betreur het zeer, dat ik geen brieven gevonden heb, die aan intieme vrienden of aan leden van zijn gezin gericht waren, want die zouden een veel kostbaarder criterium dan dorre zaakbrieven voor mij geweest zijn. Gebeurtenissen uit zijn leven kunnen echter bij mij voor het begrip van zijn karakter geen gewicht in de schaal leggen. Men kent den boom aan zijne vruchten alleen; niet aan de plaats, waar hij geplant of verplant is; niet aan de kransen, waarmede men zijne takken tooit; niet aan de houwen, die men slaat in zijn schors, noch aan de bladeren, die men scheurt van zijn loof. Om die laatste waarheid te huldigen zal ik evenmin afgaan op de schendblaadjes, het vuilaardige Haeghse Veerpraetje ') bijv., waarin hij met modder is geworpen. „Ne descendons pas dans la ruelle".

De indruk dan, dien ik uit zijne geschriften gekregen heb, is zeer in het kort deze.

Wicquefort had geen hoog ontwikkeld verstand, geen onbekrompen, ruimen blik op het heden en verleden. Maar hij werkte ordelijk, stipt, tot het peuterige toe. Zijne Nouvelles lijken mij modellen van duidelijkheid en van gemakkelijk overzicht in rangschikking en behandelingvan de verschillende onderwerpen. Hij had geen fraaien, geen

*) Het Hacghsc Veer-praetje Tusschen een Hagenaery Amsterdammer, Rotterdanimcrs met de JVeert en sijn knecht, raeckende het slim bedrijf ende snoode praetijeken van Sr. Abram Wicquefort Haer Ho: Mo: Complimentschrijver en nieuwe Fransche Translateur. liet eerste Deel. Tot Leydcn, bij Sitnon le Fourbe, anno 1664.

Sluiten