Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als leugenaar en zou gevaar loopen kwalijk bejegend te worden, als ik niet zoo gelukkig was iets in handen te hebben, waarmede ik mij rechtvaardigen kan."

In 1663 haalde Wicquefort Boreel meer dan eens over den hekel en verweet hij hem in de Nouvelles openlijk, dat hij alleen schuld droeg aan de vertraging in de uitwisseling der ratificatiën van het tractaat van 1662. Men weet, tot hoeveel moeite deze ratificatiën aanleiding gaven '). Lodewijk had er de voorwaarde aan gehecht, dat de Staten hem het bezit van Duinkerken zouden waarborgen, welke havenstad hij bij koopverdrag van Engeland had verkregen. Men verzette zich hier te lande tegen het verleenen van deze garantie, in de eerste plaats uit bezorgdheid, dat de door den Koning sterk bevoorrechte nieuwe bezitting een geduchte handelsmededingster zou worden, en vervolgens uit wrevel, dat de Koning door een voorwaarde te stellen, waarop geen der bepalingen van het Parijsche tractaat hem recht schonk, met dit tractaat den draak scheen te steken. Lodewijk deed eindelijk den eersten stap tot toenadering door zich bereid te verklaren tot de uitwisseling over te gaan, in de verwachting dat de Staten hem als een tegenbeleefdheid de acte van garantie van Duinkerken zouden verschaffen. Bij memorie van 8 Maart 1663 gaf d'Estrades den Staten bericht van deze beslissing zijns meesters, terwijl de Staten besloten, dat Boreel gelast zou worden de uitwisseling te doen geschieden in overeenstemming met 's Konings bedoelingen. Wicquefort zag in deze lastgeving een vernedering van Boreel. Hij schreef2) op een toon van opgewektheid: „Les Estats Generaux resolurent sur 1'aduis de Messrs de Hollande, et sur le memoire que Monsieur 1'Ambassadeur ayoit presenté le mesme jour, au sujet de 1'eschange des ratifications, suivant 1'ordre du Roy, qu'il en seroit enuoyé copie a M. Boreel, pour faire faire 1'eschange selon les intentions de Sa Matf.

') Vgl. Est. passim. SJ A: 15 Maart 1663.

Sluiten