Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De komst van Godefroy d'Estrades ') strekte niet tot verhooging van Wicqueforts invloed op Lionne. D'Estrades dacht er niet aan om zich door hem te laten verdonkeren. Al aanstonds deed hij hem gevoelen, dat hij de meester was en droeg hij hem bij wijze van inleiding op, een afschrift te bezorgen van een door den ambassadeur van Portugal bij de Staten ingeleverde memorie 2). Wicquefort moest geregeld bij den gezant om bevelen komen vragen en verslag doen van wat hij had opgevangen in kringen, waartoe d'Estrades uit hoofde van den rang, dien hij moest ophouden, niet kon afdalen. Evengoed als de Witt moest d'Estrades een blik slaan in de minuten der Nouvelles, voor zij verzonden werden. Lionne had Wicquefort trouwens minzaam voorgeschreven, dat hij zich onder het opzicht van d'Estrades te plaatsen had, zonder echter daarom zijne Xouvelles te staken 3). D'Estrades maakte van Wicqueforts diensten een ruim gebruik, zoo zelfs, dat toen hij aan het vredescongres van 1667 deelnam, hij hem te Breda bij zich ontbood en hem daar zijne verslagen aan de Fransche regeering liet gereed maken. Dat de gezant Wicqueforts bekwaamheden niet gering schatte, wordt overigens op verschillende plaatsen *) in zijne uitgegeven brieven bewezen.

Ter aanvulling van d'Estrades' oordeel over Wicquefort 5)

'j ^ icquefort moet d'Estrades reeds zeer vroeg gekend hebben. Dr. H. Brugmans heeft op het Britsch Museum een brief van 8 Augustus 1644 aangetroffen, door den laatsten aan Wicquefort gericht. (Verslag- van een onderzoek in Engeland naar archivalia, 's-Gravenhage 1895 bl. 387)

') N. 28 Dec. 1662.

) Lionne a Vicfort 16 Févr. 1663: ..Continue/, je uous prie a donner part a Monsieur 1'Ambassadeur de tout ce qui uiendra a uostre cognoissance dont le Roy uous scaura Ie mesme gré qu'en luy en donnant aduis, mais n'interrompez pas s'il uous plait pour cela nostre commerce de lettres accoustumé dont je continucray aussi a rendre compte cxactement a S. Mtl\"

') Hiervoor raadplege men „Essai de critique op de Wicquefort's Histoire des Provinces Unies," medegedeeld door Mr. J. A. Grothe in de Kronijk van het Historisch Genootschap, Utrecht 1856 (3e serie, 2e deel bl. 211), de reeds aangehaalde verhandeling van Prof. Rogge (bl. 221), en Est. zelf.

') Vgl. de Verhandeling van Rogge bl. 547/8.

Sluiten