Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

list geraden heeft, zich de zaak niet te erg aan te trekken. Wel schrijft hij den 26*1™ c\. a. v. „qu'on tachera de tirer le personnage dont la conduitte vous a donné lieu de m'escrire une lettre particuliere, sans bruit du lieu ou il est", maar dit was een ledige phrase. De Prins bleef hier en Wicquefort, liet de zaak rusten, inziende dat hij zich tegen den invloed van den Prins in een te ongelijken strijd zou storten. Hij noemt hem voortaan zonder ongunstige bijopmerkingen, waar het pas geeft in zijn wekelijksche kroniek.

Reeds heb ik opgemerkt, dat Wicquefort bij gelegenheid \ an d Estrades komst van Lionne de vermaning ontving, zich onder het gezag van den gezant te plaatsen. Hiermede verloor Wicquefort de onmiddellijke voeling, waarin hij ten tijde van de Thou met den Minister had gestaan. Xiet aanstonds liet Lionne de Nouvelles onbeantwoord. In 1663 antwoordde hij er nog zevenmaal op. Maar hoewel zij veel gewichtiger waren dan in de vorige periode, verwaardigde hij zich daarna slechts in het allernoodzakelijkst geval er bescheid op te geven, en wel bij de volgende aanleidingen. Den 9'lcn Juli 1665 had Wicquefort de klacht aangeheven, dat voor hem bestemde brieven aan het postkantoor te Parijs waren opgelicht, ofschoon hij bezweren kon, dat allen, die hem gedurende de zes jaar dat hij in Nederland was, geschreven hadden, eerlijke menschen en verknochte dienaren des Konings waren. Lionne antwoordde den 1 gden^ dat men dengene, die zich aan een dergelijk schelmstuk had schuldig gemaakt, zou opsporen en straffen, maar dat zulk een klacht anders nooit geuit werd, daar er uitstekende orde op het kantoor heerschte bij de verzending en de bestelling van de brieven ; dat de Koning in ieder geval te hoog stond om brieven te doen onderscheppen, zooals \\ icquefort gewaagd had te insinueeren.

Even druk als in 1665, namelijk éénmaal, heeft Lionne in 1666') aan Wicquefort geschreven, geen enkele maal in

') Vjjl. bl. 48 aanni. 3 en zie Hij!. V.

Sluiten