Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stukken machtig". Om enkele te noemen: een memorie van de .Staten Generaal van 15 Juli 1671 betreffende een verklaring van den Koning van Denemarken omtrent schadevergoeding; het ontwerp-antwoord van de Staten hierop; een memorie van den agent van den Hertog van Neuburg van 29 Juli 1671, enz. In 1672 wemelt het van brieven, die het schrift van Bernarts vertoonen. Uit Versailles schrijft men hem den isten April, dat hij wel vernomen zal hebben, dat de Engelschen de Hollandsche Smyrna-vloot hebben aangetast, en dat hij moet melden, welken indruk deze tijding daarginds heeft gemaakt. Intusschen kwam Bernarts ten gevolge van de geweldige verwarring, die de inval van de Franschen in alle takken van het staatsbestuur teweeg bracht, in groote ongelegenheid. Geld uit Frankrijk kon hij haast niet meer krijgen, en zoo verloor hij het middel tot omkoopen. Zijn rol gaat zich beperken tot het schrijven van middelmatige Nouvelles. Den laatsten brief, dien ik van hem vond, is geschreven uit den Haag den 28ste» December 1673. Ilij smeekt er den K.oning in, hem de betaling van zijn pensioen alsnog toe te staan, waaruit op te maken is, dat zijne diensten niet meer voldeden en dus niet meer beloond werden. Daar mij de tijd tot verder onderzoek ontbrak, kon ik aangaande de lotgevallen van Wicqueforts schelmschen mededinger niet meer dan het voorgaande te weten komen. Ik vermoed, dat het de moeite zou loonen, hem op zijne sluipwegen verder na te gaan.

Alvorens thans te besluiten verwijs ik naar hetgeen ik in de Voorrede gezegd heb betreffende mijn verlangen om hierna, met de Nouvelles tot gidsen, een beschouwing te geven over de verhouding van Wicquefort tot de Witt en over de historische gebeurtenissen uit het behandelde tijdperk. Op deze bladzijden toch heb ik niet zoozeer getracht den lezer een volledig beeld te geven van den overrijken politieken inhoud, als wel van den aard en de inrichting der Nouvelles. Voorts was het mijn bedoeling de beteekenis

9

Sluiten