Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hier naderen wij het voorstel van Mr. Raaymakers,!) die, ten einde de verzekering te doen slagen, uit voorzichtigheid wil beginnen met arbeiders die weinig aan werkloosheid zijn blootgesteld. Langzamerhand kon de verzekering dan uitgebreid worden.

Dit systeem heeft veel voor: door langzamerhand op te bouwen vergaart men de noodige gegevens en de vereischte kennis.

Uit de volgende regelingen zal men kunnen zien, hoe verschillend men denkt over de vraag, wie onder de werkloozenverzekering moeten vallen.

\ olgens de wet van St. Gallen werden verzekerd alle mannelijke loonarbeiders, wier gemiddeld dagloon 5 frs. niet te boven ging. Zij die meer verdienden konden vrijwillig lid worden. Dit wordt door de statuten van de stad zóó uitgewerkt, dat de arbeiders, die gemiddeld niet meer verdienen dan 5 frs., worden opgenomen, doch leerlingen en minderjarigen met minder dan 2 frs. verdienste per dag, worden uitgesloten. De wet te Bazel spreekt in § 1 van alle niet zelfstandig arbeidende personen, wonende in het kanton Basel-Stadt, werkende in bedrijven, die vallen onder de fabriekswet van 23 Maart 1897, en de bouw- en grondarbeiders, die hun veertiende jaar zijn gepasseerd. Volgens § 2 zijn van de verzekering uitgesloten: a. zij die door loon of gratificatie meer verdienen dan 1800 frs. per jaar; b. personen onder de 18 jaar, die minder dan 300 frs. verdienen; c. zij die voor minder dan twee weken aangesteld zijn. Inkomsten in natura worden naar geld berekend, t Ontwerp van wet te Ziirich van 1898 laat aan de gemeenten over (§ 1) welke beroepen zij er in wil betrekken. Binnen

1) De verzekering tegen de werkloosheid, pag. 71.

Sluiten