Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groot. De arbeider is hier ook in minder goede conditie dan bij de vakvereenigingen, omdat, al krijgt hij dezelfde subsidie, deze toelage individueel is. Aan de vereenigingen wordt n.1. zóóveel subsidie gegeven als de vereeniging zelf geeft ter ondersteuning van haar werkloozen; echter nooit meer dan 50 frs. per werklooze. Maar, daar slechts een deel der leden werkloos is, worden de uitgaven voor de werkloozen bestreden door alle leden te samen en de premies zullen niet hoog behoeven te zijn. Maar ook overigens ziet men er blijkbaar tegen op om te sparen, alleen met het recht er gebruik van te maken bij werkloosheid. Het voordeel, dat de spaarkas biedt, is niet in het oogloopend genoeg. Zoowel 't Amsterdamsche als het Rotterdamsche rapport der verzekering zijn hieraan te gemoet willen komen. Het Amsterdamsche rapport stelt voor zoowel de leden der in een vak bestaande vakvereenigingen als de niet georganiseerden in zoo'n vak die mee willen doen, in een lokalen vakbond onder te brengen; deze vakbond zou dan de verzekeraar worden. Het bestuur van deze vakbond zou de premies ontvangen en met de gemeente over subsidie onderhandelen. Het Rotterdamsche rapport komt aan 't bezwaar, dat zoodoende de arbeiders, die weinig of geen opleiding hebben ontvangen, buiten de verzekering zouden vallen, tegemoet op de volgende wijze: er zal worden opgericht eene algemcene vereeniging voor do verzekering tegen de werkloosheid. Lid van deze vereeniging kunnen worden vakvereenigingen en pliysieke personen. Is 't aantal van deze physische personen in 't zelfde vak groot genoeg, dan vormt het centraal bestuur, dat aan 't hoofd van de vereeniging staat, uit hen een aparte afdeeling. — Zij, die niet kunnen worden ingedeeld, of wier aantal te gering is om een aparte afdeeling te vormen, komen in de zgn. centrale

Sluiten