Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7 Januari '98. Urine alcalisch, in het sediment veel epitheliën, veel leukocyten, geen cylinders, geen roode bloedlichaampjes. Een spoor eiwit.

8 Januari. Urine bevat geen eiwit.

18 Januari. De katheter-urine is zuur, een spoor eiwit, leukocyten, veel bacteriën, geen cylinders.

20 Januari. Geen eiwit. Dagelijksch quantumurine pl. m. 3000 cM.s, troebel, een laag etter, blijft troebel bij staan.

21 Januari. Plotselinge temperatuursverhooging, pijn in alle ledematen, in rug en lendenen, vooral links ; pijn in de oogen. Salipyrine.

22 Januari. Een spoor eiwit; weer hooge koorts, tegen 6 uur's avonds heftige pijn in den buik; heeft voor dien tijd alles uitgebraakt; benauwdheid en pijn vooral in de linkerzijde; geen tumor daar ter plaatse te voelen, doch de palpatie is zeer pijnlijk. Pijn en benauwdheid. Na laudanum verminderd. De hoeveelheid urine en de frequentie der mictie heden verminderd.

2) Januari. Temperatuur lager; nacht rustig; patiënte transpireert sterk; geen pijn.

24 Januari. Blaas werd sinds eenige dagen uitgespoeld met 1 :2000 Ag. N. O. 3.

2/ Januari. Patiënte heeft weer hooge koorts, pijn in den rug, vooral in de rechterzijde; zweet sterk.

26 Januari. Wegens tenesmi en pollakurie na uitspoeling met Ag. N. O. 3, wordt hiermee opgehouden en vervangen door 2V2 pCt. boorzuuroplossing.

27 Januari. Patiënte heeft weer pijn gekregen in de rechterzijde, vooral bij druk van achteren op de nierstreek. Links geen pijn.

Sluiten