Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijderd, daarbij gingen veel coagula af. Placenta en vliezen compleet en normaal. Uterus contraheert zich goed. De urine blijft bloedhoudend.

18 Mei. In de urine is geen bloed meer, patiënte zal vertrekken en zich nog eens vertoonen.

/ƒ Juli. Tumor van de nier nog niet geheel verdwenen; nier bewegelijk; geen bloed meer in de urine gehad.

Dit geval is met nog 16 andere als essentieele haematurie beschreven in de dissertatie van N. W. Bouwman, Haematuria in graviditate, Amsterdam 1901. Bouwman tracht van het ontstaan der essentieele haematurae een verklaring te geven en meent daarbij dat men daartoe het oog moet houden op 5 momenten, die van invloed zijn, op het tot stand komen van bloedwateren, dat in de nieren ontstaat, te weten :

le. Een beginnende nephritis. Nu is het echter geen essentieele haematurie.

2e. Een intoxicatietoestand, ontstaan door de zwangerschap.

3e. Zenuwinvloeden, resp. haematuries angionévrotiques. Dat deze bloedingen bestaan, is voldoende aangetoond, maar waarom ze in de zwangerschap meer dan anders zouden voorkomen, niet.

4e. Renale haemophilie. Dat de haemophilie, toch een ziekte is, welke voornamelijk bij mannen voorkomt, uitsluitend voor één orgaan, de nier, zou voorkomen, is niet aannemelijk.

5e. Mechanische invloed, waardoor een zuivere eenvoudige niercongestie zou ontstaan, door actieve of passieve hyperaemie van de nier. Nu zou men ook een beperking der urinesecretie verwachten.

Geen der vijf verklaringen zijn afdoende.

Sluiten