Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft geen klachten. Vloeit een weinig. Secale.

10 October. Patiënte klaagt over misselijkheid.

18 October. Patiënte heeft van nacht een sterke zwelling van het linkerbeen gekregen. Het been ziet wit, is oedemateus, doch niet pijnlijk bij druk.

19 October. De zwelling is onder hoogligging van het been iets verminderd.

20 October. Pijn aan de linkerzijde van de linkerdij.

1 November. Pijn en zwelling zoo goed als verdwenen.

6 November. Patiënte zit op. 's Avonds is het onderbeen nog dik.

7 November. Patiënte mag loopen en wordt den llen genezen ontslagen.

K. 105 IV para. Schedelligging. Ie partus forcipaal, doodgeboren. 2e Perforatie. 3e Versie en extractie. Het kind 2 dagen post partum gestorven. Toen is patiënte geopereerd van een fistula uretero-vaginalis sinistra. Inplanting van den ureter in de blaas.

Bekkenmaten. Dist. spinarum 27.5 c.M., cristarum 28.5, omtrek bekken 92, Conj. inclinata 9.1, Diam. Baudelocqui 17.5 c.M. Linea innominata beiderzijds te betasten. Sacrum in dwarsche richting convex. Knik niet te voelen. Rachitisch bekken.

Patiënte is op 5-jarigen leeftijd gaan loopen en heeft Engelsche ziekte gehad.

20 Mei. Uihvetidig onderzoek. Gepiginenteerde areolae mammae en linea alba. Uitpuilendenavel. 2 vingers boven de symphysis is een 1V3 d.M. lang litteeken ongeveer evenwijdig aan de horizontale takken der schaambeenderen, dat goed genezen is. Hangbuik. Fundus uteri iets boven de helft tusschen proc»

Sluiten