Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk V.

Ontstentenis van bestuurders.

Ontbinding Blz. 103—100

Hoofdstuk VI.

Samenwerking tusschen de verschillende instellingen. Opgaven ten belioeve van een centraal register en van het regeerings-

verslag Blz. 107—124

Bestaat er thans samenwerking V blz. 108. — Centraal register. Moeilijkheid: de „schamele armen'', blz. 112. — Voor groote gemeenten is een centraal register nuttig, voor het platteland dwang tot opgaven, als die gevraagd worden, voldoende, blz. 115. Register van instellingen, blz 119. — Armenraad blz. 121.

TWEEDE AFDEEUNG.

Staatsarmenzorg Blz. 125—222

Inleiding Blz. 127—143

Gemeentelijke organisatie der armenzorg gewenscht, blz. 129. — Domicilie van onderstand? blz. 184. — Het K. B. van 15 Mei 1903, n°. 32, blz. 137. — Recht op onderstand? blz. 138.

Hoofdstuk I.

Het burgerlijk armbestuur. . . . Blz. 144—1(58 Het burgerlijk armbestuur een instelling van middelen of een college? blz. 144.

Zelfstandigheid van liet burgerlijk armbestuur tegenover de gemeente, blz. 149.

Organisatie van het burgerlijk armbestuur, blz. 151. — Elberfelder stelsel, blz. 152. — Voor het platteland onpraktisch, blz. 156.

De hoogte van den onderstand, blz. 160. — Zelfde regels voor Staatsarmenzorg als voor de particuliere, blz. 160. — Bestrijding

Sluiten