Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is mij geen uitlating in dezen geest bekend en ook in Duitschland stijgt voortdurend de ontevredenheid met dit stelsel. Thans nog met cijfers tegen het in 1870 verlaten systeem te vechten, is een Don Quichotestrijd. Als argument tegen de wet in het algemeen kunnen de statistieken van vóór 1870 ook niet gelden, nu zij juist op zulk een voornaam punt gewijzigd is.

Geleidelijke verdringing van den onderstand van overheidswege door dien van Kerk en particulieren. Ziedaar het doel der wet van 18;")4.

Is het bereikt'?

Wij zullen moeten nagaan hoe groot het aandeel van de verschillende soorten van instellingen in den totalen onderstand was en is. Ik neem daarbij niet als criterium het aantal bedeelden, omdat, nu de verschillende instellingen niet de namen, doch slechts het aantal van de door haar bedeelden opgegeven, de controle of niet een behoeftige in de opgaven van twee of meer besturen voorkomt, onmogelijk is. Dat dubbele bedeeling voorkomt, is onbetwistbaar. Uit de rapporten der colleges van Gedeputeerde Staten omtrent de werking der artt. 20—22 van de Armenwet') blijkt dat in vele gemeenten het burgerlijk armbestuur of de gemeente desbeicust onderstand verleent aan wie ook reeds door andere instellingen worden bedeeld. En veilig kan men aannemen, dat ook de gevallen waarin buiten weten der bestuurders dubbele bedeeling plaats heeft, niet zeldzaam zijn. In deze laatste gevallen moet de statistiek der bedeelden wel onzuiver zijn.

') Armenverslag 1900, Bijl. IV—XIV: dc antwoorden op do voor liet eerst in 1S98 gestelde vragen, die te vinden zijn op hh. '2 van liet Verslag 189$.

Sluiten