Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de overheid en den particulier is er dit verschil, dat de laatste eerst gaat ondersteunen, als hij de hulp verdiend, hillijk acht, terwijl deze prealabele vraag bij het burgerlijk bestuur nooit rijzen raag.

De toestand zal dus deze zijn: de onwaardigen zullen ten laste van de burgerlijke overheid komen, daar particulieren hen niet ondersteunen willen, het moge dan voorkomen, dat, door misleiding, de particuliere liefdadigheid hen bij uitzondering omvat. Hoevelen van de overige behoeftigen ten laste van het burgerlijk bestuur zullen komen, zal afhangen van den omvang en de rekbaarheid der particuliere en kerkelijke zorg.

Werkelijk hulpbehoevenden, hetzij dan dat zij met ofzonder schuld in hun deerniswaardigen toestand zijn geraakt. kan de overheid niet afwijzen. Maar dan is het ook een onafwendbare eisch, dat de overheid deze ondersteuning zoo afschrikkend kunne maken, dat een voldoende prikkel bestaat om zelfstandig te blijven. Het gevaar is anders zeker niet denkbeeldig, dat velen zullen nalaten tijdig voorzorgen te nemen, omdat zij toch weten, dat in het uiterste geval de staat helpt.

Daarom is in een stelsel, waarbij de staat op zich neemt te zorgen dat het niemand aan het noodzakelijke ontbreekt, een instelling als een werkhui» onmisbaar. Niet om het algemeen als voorwaarde van onderstand te stellen. Licht toch krijgt aldus de staatszorg den roep van hardvochtigheid (immers zonder onderscheid brengt ze alle bedeelden in het werkhuis) en zal daarin de private weldadigheid aanleiding vinden uit medelijden ook owwaardigen aan het werkhuis te onttrekken. Of wel, in stede van te veel te doen, verrichten de particulieren te weinig, m. a. w. moeten ook respectabele armen een beroep op

*'»

Sluiten