Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden waar de vervulling van het stichtingsdoel onmogelijk of bepaald strijdig niet het algemeen belang zou zijn.

Alleen voor het geval dat het doel eener instelling van weldadigheid vervallen is, bevat thans art. 9 der Armenwet een regeling. Voor de stichtingen, onder art. 2c der wet vallend, wordt dan het gebruik der bezittingen en inkomsten geregeld door de oprichters of hun erfgenamen, anders door de bestuurders, doch in dat geval onder Koninklijke goedkeuring.

De aan deze gelden te geven bestemming moet „aan de laatst bekende zoo nabij mogelijk (komen)." Een billijke bepaling. Wel wordt het deel van het vermogen, tot stichting afgezonderd, tot zekere hoogte publiek domein, maar in de mate waarin dit met het algemeen belang is overeen te brengen, moet de wil van den stichter geëerbiedigd worden. Deze toch heeft de gelden niet zonder meer ter beschikking der overheid gesteld, doch een bepaalde bestemming daarvoor aangewezen. Het reeds genoemde art. 87 van het Duitsche B. W. stelt dezen regel dan ook voorop, werkt hem zelfs eenigermate uit door te bepalen, dat in het bizonder de stichting zooveel mogelijk den kring van personen, voor wie ze oorspronkelijk bestemd was, moet blijven bevoordeelen. ')

Met bepalingen als de hier geschetste kan de staat echter niet volstaan. Hij behoort niet alleen te zorgen dat het doel der stichting bij voortduring met het algemeen belang strookt, hij moet ook toezien dat de bestuurders dit doel inderdaad nastreven. Een toezicht, dat heden ten dage geheel ontbreekt.

') Ook iii Engeland huldigt de praktijk deze leer van het „naaste doel", hol cy-près, (/.ie het aanhangsel).

Sluiten