Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooropgesteld dat men met verpleegden te doen heeft, die niets liever verlangen dan hoe eerder hoe liever het gesticht te verlaten, waren dit inderdaad zeer heilzame bepalingen.

Maar dat de regeling in haar geheel ook aan gewichtige bedenkingen onderhevig was, springt in 't oog. De voorwaarde dat er voor de plaats waar gebedeld werd een openbare inrichting tot wering van bedelarij zou bestaan, kennelijk aldus bedoeld, dat niemand zou worden veroordeeld die door broodsgebrek tot bedelen gedwongen was, werd door de jurisprudentie geacht te zijn vervuld door het feit, dat de gestichten Ommerschans en Veenhuizen door opvolgende Koninklijke besluiten tot bedelaarsgestichten roor het geheele Rijk waren verklaard '). Doch zooals gezegd kon plaatsing daarin op eigen verzoek slechts geschieden, mits de gemeente de kosten wilde dragen. En hoe gering die ook waren (f35.— voor een valide persoon, K. B. van 1859) men kan erop rekenen, dat menig gemeentebestuur ze niet dan gedwongen door eene rechterlijke uitspraak op zich genomen zal hebben.

De bestraffing zelve rustte dus op een fictie. Verder zal het feit dat de kosten ten laste der gemeente kwamen dikwijls tot straffeloosheid van bedelarij en landlooperij hebben geleid. Het waren bijna uitsluitend /^/^veldwachters, die over deze feiten verbaliseerden! 2)

In 18(0 verviel met het domicilie van onderstand de verpleging ten koste der gemeenten. Art. 6(5 der gewijzigde Armenwet nam de kosten van plaatsing, ver-

') Zie 't praeadvies van Mr. nu Pinto l>lz 17

,2-™" ifiml "" * * 5 A|"il <»

Sluiten