Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beeld, dat de reglementen aan de bestuurders slechts enkele nauwkeurig omschreven bevoegdheden geven. Wat daarbuiten valt, zooals b.v. alle transacties, die een wezenlijke verandering in het vermogen der stichting ten gevolge zouden hebben, zou hun dan verboden zijn. Slechts in een heel enkel geval verbiedt de wetgever den bestuurders bepaalde handelingen ') en ook dan nog geldt dit verbod niet wanneer het reglement er hun de bevoegdheid toegeeft. De werkzaamheid der overheid is hier dan ook niet in de eerste plaats gericht op het in stand houden van het kapitaal der stichtingen. Had men dit gewild, men zou, evenals de Xederlandsche wet het voor de burgerlijke instellingen doet, sommige handelingen der bestuurders aan goedkeuring van hooger gezag hebben onderworpen. Neen: den trustees wordt niets verboden wat het regieinent der instelling hun veroorlooft. Hun bevoegdheid wordt zelfs uitgebreid buiten de grenzen door den oprichter gesteld, doch dan ook slechts onder den waarborg van goedkeuring door de ('0111missioners.

Ik moet thans nog een en ander opmerken aangaande de Engelsche wetgeving met betrekking tot het kapitaal der stichtingen. De staatsbemoeiing is hier tweeledig: vooreerst wordt de mogelijkheid geschapen oiu onder zekere voorwaarden het vermogen der instelling aan haar bestuurders te onttrekken: in de tweede plaats heeft de zucht van den wetgever om de opeenhooping van goederen in de doode hand tegen te gaan er toe geleid het vastleggen van bepaalde waarden in een stichting eerst te verbieden, daarna te beperken

1 itvloeisel van de in de eerste plaats genoemde bemoeiing is de instelling in 1853 van eea nieuwe corporatie2) de „official trustees

') Art. 29, wet van 1855.

s) Het woord „Corporation" laat zich nog het best weergeven door rechtspersoon. De „incorporation" wordt verleend door de Kroon om aan eenige \ ereeniging of eeuig ambt een bestaan in rechte te verzekeren, onafhankelijk van veranderingen in het personeel. Zie Stephen's Cominentaries III blz. i v.v.

16

Sluiten