Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„deniers provenant des aumónes" ietwat omslachtig, het is in ieder geval duidelijk dat de aumónes een inkomst der kerk zijn, zoodat uit het gebruik van dit woord geenerlei bevoegdheid tot aalmoezen -geven kan worden afgeleid.

Meer twijfel laat de omschrijving, die de wet van 1 Augustus 1879 van den werkkring van den kerkeraad (conseil presbytéral) van het genootschap der Augsburgsche Confessie ') geeft. ,11 administre les aumónes et ceux des biens et revenus de la communauté qui sont affectés a 1'entretien du culte et des édifices religieux, le tout sous la surveillance du consistoire.-' (art. 10). Heeft het kerkgenootschap, of kan het althans hebben, nog andere goederen en inkomsten, die niet bestemd zijn voor de instandhouding van den eeredienst en de godsdienstige gebouwen en die ook niet door den kerkeraad beheerd worden? En zijn die goederen dan wellicht voor armenzorg bestemd? En wat zijn die „aumónes", naast de goederen, die voor den eeredienst bestemd zijn? Inderdaad zoo ooit, dan is hier reden voor twijfel. De Raad van State heeft, voorzoover ik heb kunnen vinden, de zaak nooit onder de oogen gehad, maar ik zou toch denken, dat hij, nu eene bepaalde opdracht tot armenzorg ontbreekt, ook dit kerkgenootschap wel onbevoegd verklaren zal, te meer omdat het volgens de jurisprudentie van den Raad, tot 1879 toe, onder de „articles organiques'", die macht niet bezat en bij de totstandkoming der wet de zaak met geen woord besproken is.

Ten slotte het Israëlietisch kerkgenootschap. De ordonnantie van 25 Hei 1844, tegenwoordig de grondwet voor die kerk, bepaalt in art. 19: „Le consistoire (départemental) a 1'administration et la police des temples de sa circonscription et des établissements et iissociations pieuses qui s'iy rattachent." Zonder den zin van dit artikel in het bizonder na te gaan, overwoog de Raad van State 2), dat de bevoegdheid tot armenzorg nooit aan de Jsraëlietische kerk was

') Zie de noot, op blz. 255.

-) Advies van 8 April 1886, afgedrukt bij Tissier, Dons et legs u". 235.

Sluiten