Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel de gestichts verpleging als de bedeeliug door de bareaux de bienfaisance, is grootendeels verouderd en heeft zich slechts door gunstige omstandigheden daarbuiten tot heden toe staande kunnen houden. In het hiervolgend overzicht der Fransche wetgeving kan daaromtrent dan ook met een enkel woord worden volstaan.

Ik volg bij dit overzicht de orde, die o. a. in Conrad's „Handwcirterbuch' en in Béquet's „Répertoire du droit administratif" te dezen opzichte gevolgd wordt, n.1. naar gelang de takken van aimenzorg in hoofdzaak door den staat, het departement, of de gemeente worden uitgeoefend.

A. De Staat.

De zelfstandige armenzorg van den Franscheu staat is zeer bepeikt. Zij bepaalt zich in hoofdzaak tot de établissement!! génêraux (le bienfaisance. Aanvankelijk meest door particulieren gesticht, zijn deze instellingen allengs en althans sinds de Revolutie tot openbare lichamen geworden, welker bestuur in 1841 bij algemeene ordonnantie geregeld werd '). Toch zijn het ook thans nog van den Staat afgescheiden rechtspersonen, doch door den Staat gesubsidieeid, bestuurd op door de Regeering aangegeven wijze en onder toezicht van staatswege.

^ an deze 10 instellingen, strekkende tot verpleging van blinden, doofstommen, krankzinnigen, herstellenden en slachtoffers van te I ai ijs voorgevallen ongelukken 2), is het oudste en meest bekende het blindeninstituut „Hospice des Quinze-Vingts", in 1260 gesticht.

Alle worden ze bestuurd door een directeur, bijgestaan door een commissie van advies. De wijze van toelating en het beheer zijn overigens voor alle afzonderlijk, meest bij decreet, geregeld.

') Ord. van 21 Februari 1841 oonoernant radininistratiou des établisseineuts généraux de bienfaisance et d'utilité publique (de Watteville 1 bi/.. G37).

■) Kén, het hospice national du mont-Genèvrc beoogt geen armenzorg, doch is bestemd ter opneming van reizigers, die over de Alpen trekken.

Sluiten