Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Kinderen.

De zorg voor armlastige kinderen is reeds sedert lang een belangrijk onderdeel der Fransche staatsarmenzorg. Het decreet van Napoleon van 1!» Januari 1811, „concernant les ent'ants trouvés, abandonnés, et orphelins panvres" '), dat tot lieden deze stof nog grootendeels beheerscht, verdeelt de armlastige kinderen, de zoogenaamde „enfants assistés", in 3 soorten:

1. vondelingen, dat zijn kinderen geboren uit onbekende ouders en gevonden, of wel in een daartoe bestemd gesticht gebracht;

2. „enfants abandonnés", waarvan óf de vader of de moeder bekend is, aanvankelijk opgevoed door dezen of door andere personen op eigen kosten maar daarna in den steek gelaten, zonder dat men weet waar hun vader of moeder gebleven is;

3. „orphelins pauvres", de volle weezen, die geen bestaansmiddelen hebben.

Deze kinderen zijn ten laste van de daarvoor aangewezen „hospices", behoudens een som, die de staat ter verdeeling beschikbaar stelde, volgens het decreet ten bedrage van fr. 4.000.000,—, in 1903 echter fr. 5.200.000,— groot. Zij worden bij voedsters geplaatst, doch onder toezicht van de commissie van beheer van het „hospice". De kinderen blijven ter beschikking van den staat; de minister van marine kan ze voor den zeedienst doen opleiden.

De moeielijkheid bij elke regeling van kinderverzorging: aan den eenen kant geen kind onverzorgd te laten en kindermoord te voorkomen, aan den anderen kant de ouders ervan terug te houden de kinderen al te spoedig aan den staat toe te vertrouwen, is ook door den Franschen wetgever gevoeld en heeft tot vele schommelingen in den loop der 19e eeuw aanleiding gegeven.

Het decreet van 1811 maakte het den ouders inderdaad te gemakkelijk: men legde het kind in de „tour", trok aan het belletje dat daaraan bevestigd was en was verder voor goed van alle ouder-

') 1)e \Vattkvim,k 1, hlz. 158.

Sluiten