Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men zoekt de snijlijnen nu n2, n8 van pu p2, pB met het vlak p3, dan zal één rangpunt liggen in het snijpunt van twee deidrie lijnen n. Dit rangpunt bepaalt met het snijpunt Q van v en [/. de lijn I van v\. Het snijpunt van l met de derde der snijlijnen n is het tweede rangpunt. Daar men >h, h2, «3 op drie wijzen twee aan één kan rangschikken, en elke oplossing dubbel te tellen is, omdat v de lijn / snijdt in een dubbelpunt, zijn er 3 X 2 = G oplossingen. Dus is

vj v p3 = 6.

y Het vlak //.s wordt door de vier vlakken pt, pg, p3, p4 gesne¬

den volgens een volledige vierzijde, waarvan elke twee overstaande hoekpunten als rangpunten kunnen worden opgevat. Er zijn drie combinaties twee aan twee der vier snijlijnen ni, «2, «s, n.i van pi, p2, ps, p± met //s, zoodat er drie oplossingen zijn en dus

= 3.

§ 7.

y 'x'Hier gaan de vlakken der ontaardingen door twee gegeven punten, dus door eene gegeven rechte n2. Verder zou de lijn 1 van ■/, op vijf gegeven stralen vh y2, >3, >4, >5 moeten rusten, wat in het algemeen onmogelijk is, dus

V\ [J.2 vb = 0.

■/ip-y*p. Hier zou de lijn l op de rechte fi* en op de vier gegeven stralen vt, >2, v3, *4 moeten rusten, wat niet kan, zoodat ook

u n* -S? = 0.

■/, [j.2-;3p-. Hier moet de lijn l van vj rusten op f/.2 en op drie gegeven stralen vt, vs, y3, terwijl de rangpunten in de twee gegeven vlakken p liggen. Men legt een transversaal op f*2, vi,v2, >3; zij is de lijn l van >), die pi en p2 in de rangpunten snijdt. Omdat er twee transversalen rusten op p2, Vu v2, >3 en elke oplossing voor acht te tellen is, omdat I de drie rechten vu vo en y3 dubbel snijdt, is het aantal oplossingen 2X8 = 10, dus vi v3 p2 = 1G.

Sluiten