Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

helft van den zomer uitgroeien, dragen bladen, welke eenigszins op die van Mahonia gelijken: zij zijn leerachtig en, vooral aan den top der takken, tamelijk sterk gelobd. Deze bladen vallen laat in den winter af; uit de oksels ervan loopen in 't voorjaar korttakken uit, die eerst lang-gesteelde, later zittende bladen dragen, bijna even kruidachtig als die van Berberis. Het sprongsgewijze verschil in kenmerken tusschen kort- en langtakken berust hier op het sprongsgewijs verschil in voedingsvoorwaarden voor beide; het geleidelijk verschil tusschen de bladen van eenzelfden tak op de geleidelijke wijziging der voorwaarden, waaronder de bladen zich hier vormen.

Ook bij andere bastaarden, b.v. van populieren, van viooltjes en van zonneroosjes, zijn dergelijke sprongsgewijs optredende partieele variaties beschreven ; de typen zijn dan nog wat scherper gescheiden, doordat aan eenzelfden tak de kenmerken minder sterk partieel variabel zijn.

Hoe sterker het verschil is tusschen de voorwaarden, waaronder de organen zich vormen, hoe minder geleidelijk de partiëele variaties optreden ; soms zelfs is zulk een geval bijna niet van een knopvariatie te onderscheiden. Een voorbeeld levert de Clematis Jackmanni alba, door kruising van C. Jackmanni X patens alba verkregen. «) Clematis patens bloeit in t voorjaar op t oude hout; bij C. Jackmanni verschijnen

') Gard. Chron. 1888 II p. 152; gevallen beschreven in Gard. Chron. 1887 I p- 769, The Gard. 1889 II p. 148, p. 166, p. 189, p. 232^.238 p. 267; 1894 II p. 19.

Sluiten