Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dragen. Daarbij zijn het bijna altijd perzikboomen met enkele nectarine-takken; tegenover talrijke gevallen ') daarvan staat er slechts èén, waarin men meende waar te nemen, dat een nectarineboom een knopvariatie met perzik-kenmerken vertoonde 2). Gevallen, waarin bastaarden van nectarine met perzik, door kunstmatige bestuiving 3) of blijkbaar door vicinovariatie ontstaan 4), beiderlei vruchten droegen, wijzen er op, dat Mendelsplitsing hier wel eens langs vegetatieven weg optreedt. Sommige varieteiten, b.v. de „Royal George" perzik, 5) zijn vooral geneigd tot het voortbrengen van gladvruchtige knopvariaties; zulke varieteiten zijn vermoedelijk van hybriden oorsprong en hebben onder haar stamouders gladvruchtige vormen; het is veel waarschijnlijker, dat éénmaal de nectarine uit den perzik onstaan is en de nectarine-vormen, van tal van perzik-varieteiten voorkomend, op Mendelspitsing berusten, in zaaisels of vegetatief opgetreden, dan dat telkens door een mutatie de gladvruchtige uit den behaarden vorm ontstaan zou zijn. In een enkel geval is met zekerheid bekend, dat zulk een knopvariatie in vruchtkenmerken op Mendelsplitsing berust. Uit de kruising van Datura laevis + met D. strammonium "o ontstonden planten,

') Geciteerd door Darwin, Var. An. a. PI. I p. 360; later beschrevene in Gard. Chron. 1877 II. p. 297; 1878 II p. 249 en p. 379; 1901 II p. 244; 1902 II p. 163; The Gard. 1889 I p. 198.

') Darwin, l.c.

') Darwin, l.c., naar Knight,

4) Gard. Chron. 1902 II p. 86.

4) Salisbury, Transact. Roy. Hort. Soc. London, I, p. 103; zie verder Ann. Soc. d'hortic. Paris, T. VIII (1831) p. 179.

Sluiten