Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al was uit de historische gegevens bekend, dat zij het eerst als roode tak aan een groenbladig individu gevonden werd, dan zou toch nog mogelijk zijn, dat het individu de afwijkende eigenschap reeds bezat, de in- en uitwendige factoren echter eerst nog niet toelieten, dat het kenmerk zich vertoonde. Bij de bonte planten zullen wij daarvan andere voorbeelden zien.

§ 3. Kleurkenmerken der vrucht,

Bij om de vrucht gekweekte planten mogen wij in de eerste plaats waarnemingen van knopvariaties in de kenmerken van deze organen verwachten; zij zijn dan ook van pruimen, perziken, druiven, kersen, aardbeien enz. bekend; ik zal mij tot eenige voorbeelden, bij bessen waargenomen, bepalen.

In 1850 is uit de roode „Warrington" kruisbes door knopvariatie een witvruchtige varieteit ontstaan.1) Zij is later weer uit den handel verdwenen; echter is bij de roode „Warrington"varieteit later ook nog wel eens een witvruchtige tak gevonden. 2) Blijkbaar hebben wij hier weer te doen met eene dergelijke varieteit als de „Royal George"-perzik, die door een Mendelkruising — hier dan van een roode met eene witte varieteit — ontstaan is en waarin nu en dan door vegetatieve Mendelsplitsing het kleurkenmefk verdwijnt.

Van de gewone roode bes bestaat een varieteit met bleekroze vruchten, de „Champagne"-bes. Aan deze zijn wel eens roode en (bijna?) witte vruchten

l) Gard. Chron. 1895 II p. 246, naar North British Agriculturist 1850, p. 554.

*) Darwin, Var. An. a. PI., I p. 400 naar Laxton.

Sluiten