Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vraag, of de proef lang genoeg is doorgezet en of op den duur niet weer gestreepte knopvariaties er aan ontspruiten zouden. Voorplanten met gestreepte bloemen zijn zulke gevallen bekend.

Gestreeptbloemige verscheidenheden vertoonen zoo dikwijls knopvariaties, dat het mij onnoodig schijnt, hier een overzicht van waarnemingen er over te geven; ieder kan ze aan gestreepte anjelieren, tulpen of andere planten waarnemen.

De in- en uitwendige factoren schijnen op het voorkomen van zulke vegetatieve tusschenras-variaties een indirecten invloed te hebben; bij ongunstige vindt in sterker mate het verloopen door atavistische knopvariaties plaats. Een voorbeeld is b.v. de gestreeptbloemige Phlox-varieteit; bij stekking geeft deze steeds exemplaren met effen bloemen, op enkele percenten na, die het kenmerk trouw blijven; verschillende onderzoekers hebben dit waargenomen.1) De invloed van den factor is hier blijkbaar indirect: wanneer de planten de gevolgen der stekking geheel te boven zijn en even krachtig als andere planten groeien, de in- en uitwendige factoren voor beide dus gelijk zijn, herstelt zich het kenmerk niet meer; daartoe zou een nieuwe knopvariatie noodig zijn. Van Phlox zijn mij daarvan geen gevallen bekend, wel echter van gestreeptbloemige verscheidenheden van anjelieren.1) Hier heeft men de oorzaak van het verloopen gezocht in een te vruchtbaren bodem, te

») Lemoine Gard. Chron. 1867 p. 74; Magnus, Botan. Jahresb. Bd. III p. 894.

a) The Gard. 1890 II p. 152; zie verder deel II.

Sluiten