Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhouding van 't aantal gekleurde rand- en lichtere centrale bloemen, zoodat zoowel (bijna) witte als effen gekleurde hoofdjes voorkomen. Hildebrand heeft met zulk een verscheidenheid eenige jaren lang kweekproeven genomen en daarbij gevonden, dat de hoofdjes, die 't krachtigst gevoed werden, ook de meeste roodgekleurde bloemen bezaten (Ber. d. Deutsch. Bot. Ges. XIV p. 327, Hildebrand, zie ook 1. c. 1893 p. 479). Variaties van de bloemkleur in hoofdjes met gezoomde bloemen zijn verder door Magnus beschreven (Bot. Zeitg. 1876 Sp. 314). Een voorbeeld van fluctueerend verloopen is nog door Schomburgk vermeld: de varieteit the Butterfly droeg het tweede jaar na planting in St. Domingo dubbele effen bruinroode en enkele witte met bruingezoomde bloemen; de kleur- en vormkenmerken varieeren hier blijkbaar tegelijk, in verband met de minder gunstige voedingsvoorwaarden (Proc. Linn. Soc. II 1858 p. 132).

Bij de gestreeptbloemige varieteiten van Dahlia komt het vooral dikwijls voor, dat wij hoofdjes vinden, uitsluitend uit effen bloemen bestaande; het waarschijnlijkst is het, dat wij daarbij weer met tusschenrasvariabiliteit te doen hebben (De Vries, Mut. Theor. I p. 491, naar Vilm. Andrieux, Les fleurs de pleine terre, p. 340). Zoo vindt men soms effen purperkleurige en roselila bloemen aan de varieteit Ch. Wyatt, door donkerrose met purper en karmijn gestreepte bloemen gekenmerkt. Flora Wyatt, met oranje en rood gestreepte bloemen, vertoont soms effen oranjekleurige (beide gevallen naar Gard. Chron. 1880 I p. 622). Een geval van een rood- en geel gestreepte

Sluiten