Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verricht. Met zekerheid evenwel kan men aannemen dat van de hiervoor besproken sols, L, de zuiverste is. Er bestaat echter een groot verschil tusschen L, en L, en Lt. Terwijl Lt helderrood en in een reageerbuis goed doorzichtig is, kan dit van de beide andere sols niet worden gezegd. Beide zijn onder die omstandigheden geheel ondoorzichtig, terwijl toch de gehaltes van L, en La slechts weinig verschillen (resp. 240 en 2(54 mgr. per Liter). Bij langdurig staan evenwel wordt bij La en L, bij een proefje in een reageerbuis de bovenste laag doorzichtig; maar dit gaat gepaard met een voortdurend bezinken van zilver. Wat dit laatste punt betreft, staat L, afzonderlijk tegenover L„ en L,; gedurende een half jaar zelfs werd bij L, geen verandering waargenomen.

b. Zilversol naar Muthmann.

Muthmann geeft, Berichte, 20 bl. 983, eene methode aan ter bereiding eener zilverhoudende vloeistof, die de eigenschappen eener kolloidale oplossing vertoont. Troebel bij opvallend, helder bij doorvallend licht, wordt door eene geringe hoeveelheid van een electroliet het zilver afgescheiden. Deze proeven schijnen veel minder de aandacht te hebben getrokken, dan die van Carev Lea; althans, voorzoover mij bekend, is deze sol nooit nader onderzocht, ofschoon hij zich, zooals uit het volgende blijken zal, zeer goed tot onderzoekingen leent.

Naar Muthmann's voorschrift verhitte ik fijngewreven zilvercitraat ') in een waterstofstroom bij opgeveer 90°. Het citraat bevond zich in een tweemaal rechthoekig omgebogen glazen buis, in het midden verwijd; het bad was een bekerglas, gevuld met water, dat tot 80 a 90° verhit werd. De waterstof werd door 2 waschHesschen met geconcentreerd zwavelzuur gedroogd.

') Dit zilvercitraat werd bereid door zilvernitraat met iets meer dan de berekende hoeveelheid natriumcitraat om te zetten. Het praecipitaat werd afgezogen, gewasschen en bij 90° gedroogd. Het had een eenigszins gele tint.

Sluiten