Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tabel XV.

Werking van eenige eledrolyten op sol MA. Invloed van den tijd.

Grensconcen- Grensconcen- m

i7 tratie in Mil- DATUM DER tratie in Mil- Tïatttm 1WDIN

limol. per BEPALING. limol. per ' ' DAGEN.

Liter. Liter.

NaCl 0.19 19 Febr. 0.069 25 Maart 30

KC1 0.19 20 „ 0.065 „ „ 35

KBr 0.15 24 „ 0.020 „ , 31

NaBr 0.077 24 „ - — -

KOH 5.85 26 „ 4.88 4 Maart 7

NaOH 6.94 26 „ 4.68 „ „ 7

NajSOi 3.89 27 „ 1.76 25 * 28

K^SO, 5.18 27 „ 1.15 „ „ 28

NaNOj 9.41 2 Maart 0.59 „ „ 24

KNOj 8.91 2 „ 1.48 „ „ 24

CuSOj 0.22 26 April

CuClj 0.023 29 ,

NiClj 0.017 26 „ |

Gaven de vorige tabellen vooral gelegenheid tot het vergelijken van de werking van kationen met verschillende valentie en tot het vergelijken van 't chloorlood en het sublimaat met andere zouten in hunne coaguleerende werking, de proeven met sol M, genomen, zijn er meer op gericht geweest den invloed van verschillende anionen te vergelijken. Bovendien geeft Tabel XV, waarin de uitkomsten zijn vermeld '), aanleiding tot vergelijking van kalium- en natrium-, koper- en nikkelion.

We zien al dadelijk, dat het sulfaation na het chloorion, de laagste grensconcentratie heeft. Dan volgt het hydroxylion, daarna het nitraat-ion, Men ziet dit duidelijk uit onderstaand tabelletje.

zout grensconcentratie

NaCl 0.19

Na,S04 3.89

NaOH ö.94

NaM03 9.41

De werking van het kalium- en het natrium-ion zijn alleen bij de chloriden even sterk; met andere anionen verbonden t) Deze Tabel geeft de gevonden grensconcentraties aan ; in Tabel XVI bl. 60 vindt men de grensverdunningen.

Sluiten