Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht toe. Het voornaamste van die rechten is het „ius politiae", waarbij zich ten slotte nog voegde het „ius eminens", waarvoor alles moest wijken. De absolute macht van den vorst is gevestigd; de burgers hebben onderdanig aan te nemen, wat de vorst voor het algemeen nuttig en noodig oordeelt; hun wel en wee ligt geheel in zijne handen. De staat is almachtig: het gezag van den vorst absoluut; de politie kent geen grenzen; aan bet vrije oordeel van den vorst is overgelaten te beslissen, wat in het algemeen belang zal geschieden, wat tot politie behoort : de burgers hebben geen recht van tegenspraak meer. Alles wordt in naam van de politie geregeld; de landbouw bevorderd: industrieën gesteund; monopolies gevestigd; toename der bevolking in de hand gewerkt; de grenzen gesloten, opdat geen geld het land verlate; het doen en laten der burgers tot in de kleinste bijzonderheden geregeld, opdat zij zoo zuinig mogelijk zouden huisl^uden, opdat liet algemeen vermogen zoude toenemen. Den burger blijft alleen het recht te leven en te sterven.1) Ware dit alles 1111 nog maar het volk ten goede gekomen! Dit gebeurde echter niet: alles werd gedaan om den staat eene machtige positie te verzekeren; voor het leger werd het meeste geld uitgegeven: of wel de vorst en enkele door hem begunstigden gebruikten het ten eigen bate.

Geen wonder dat hiertegen reactie ontstond. Andere begrippen omtrent welvaart vonden ingang, wat invloed uitoefende op de politie. Men ging onderscheiden: welvaarts- en veiligheidspolitie. Veiligheidspolitie: de bescher-

J) Fukk, t. a. p. II bl. 371.

Sluiten