Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sen1), kan de administratie, de Regeering, de Koning niet meer eigenmachtig de gedragslijn aan de burgers voorschrijven, niet meer tegenover de burgers over bevoegdheden beschikken , die haar in het staatsbelang gewenscht voorkomen, niet meer handelen zooals haar goeddunkt2). Evenals op het gebied van het strafrecht 's Konings bevoegdheid tot nihil is gereduceerd (behalve gratie), en daar de regel geldt, nulla poena sine praevia lege poenali, zoo is ook op het terrein van het administratief recht de Koninklijke macht verdwenen, en heerscht hier de regel: nulla administratio sine praevia lege administrativa. En dit niet tengevolge van een of ander begrip, dat men met den naam rechtsstaatsbeginsel aanduidt en waarin ieder kan neerleggen wat hij er later weer uithalen wil, maar om de eenvoudige reden, dat de Regeering geen zelfstandig gezag meer heeft tegenover de burgers, zij op een wet moet wachten, voor zij gezag tegenover hen kan uitoefenen.

Sinds het zelfstandig gezag bij den Wetgever berust; sinds de Koning het overheidsgezag moet deelen met de Staten-Generaal; of wel, sinds onze staat rechtsstaat is geworden s), gaat de bewering niet meer op, dat, wanneer op administratief gebied een wet gemaakt wordt, de administratie daardoor geen nieuwe bevoegdheden worden gegeven, doch slechts bestaande geregeld en beperkt.

1) Mr. H. Vos, Administratieve Rechtspraak 1901, 1902, bl. 13.

2) Anders: de Minister van Justitie, Handelingen 1902 —1903, He Kamer bl. 483; Handelingen 1903-1904, Ie Kamer bl. 239, 240.

3) Prof. Hamaker, De tegenstelling van publiek en privaatrecht, Verslagen en Mededeelingen der Koninklijke Academie van Wetenschappen, Afdeeling Letterkunde, 3de Reeks, Deel XI, bl. 60.

Sluiten