Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is de politie van oordcel, dat ten behoeve van de orde, rust en veiligheid van staat en maatschappij bepaalde menschelijke gedragingen moeten worden ge- of verboden; is zij van meening, dat staat en maatschappij niet voldoende beschermd zijn, voorzoover de wetgeving ten behoeve daarvan ver- of geboden heeft, dan moet zij bij de Wetgevers aankloppen, hen vragen in die leemte te voorzien; doch niet zij, de politie, voorziet daarin eigenmachtig. Wat onder maatschappelijke orde, rust en veiligheid verstaan moet worden, daarover loopen de meeningen zoo uiteen, in deze materie is plaats voor zooveel verschillende appreciaties, dat, wil men de deur niet openen voor de grootste willekeur, streng de hand moet worden gehouden aan het beginsel, dat de wet zegt wat openbare orde is, en niet de politie. Zeer juist was dan ook de opmerking van den Heer van Eck naar aanleiding van de discussies over het verbod van den duivenschietwedstrijd. „Onderling," zeide deze afgevaardigde, „kunnen wij verschillen over wat is orde of ordelijk, maar wat openbare orde is, dat bepaalt alleen de wet, en buiten die wettelijke regeling ken ik geen openbare orde; wat daarbuiten is, is willekeur, en betogen als wij daaromtrent hoorden, brengen recht en vrijheid in gevaar" ').

Doet zich de behoefte gevoelen ten bate van de orde, rust en veiligheid van staat en maatschappij deze nader te regelen, dan vuile de Wetgever naar gelang van die behoefte zijne codificatie aan. Betreffende dergelijke aanvulling zegt Mr. Kist: „en juist de vermelding van zoo-

1) Handelingen 1882 —1883, Ile Kamer bl. 625.

Sluiten