Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krachtens hetwelk de administratie steeds over de middelen beschikt om de nakoming van de verplichtingen der ingezetenen te verzekeren ook zonder rechterlijke tusschenkomst, laat zij in zijn vollen omvang bestaan '). Nergens wordt in het verslag gesproken van een klacht door de administratie tegen de ingezetenen in te dienen2). Niet de administratie is het, die — in geval tusschen haar en de ingezetenen verschil van meening bestaat over zin en strekking van wet of verordening, concessie of octrooi, over de al of niet toepasselijkheid van hare bepalingen op een bepaald geval — het oordeel van den rechter, zelfs niet en référé, moet inhalen vóór tot handhaving, tot executie van de betreffende bepalingen over te gaan; neen, zij verwezenlijkt de verplichtingen der ingezetenen; zij handhaaft, executeert wet of verordening, concessie of octrooi, zooals zij ze verstaat, onverschillig of er periculnm in mora is of niet; het is de ingezetene, die, misschien door de rauwelijksche handhaving aanmerkelijke schade lijdende, zich, na parate executie van zijne vermeende verplichtingen, tot den rechter kan wenden om door dezen te laten onderzoeken, of werkelijk reden tot handelen, tot ingrijpen van den kant der administratie bestond. Een administratiefrechtelijk geding wordt steeds tegen de administratie gevoerd, nooit omgekeerd 3).

*) Toelichting van art 2 Ontwerp Competentiewet. Rapport bl. 58. ^gl* „ïinnït " v ï> *

») § 9 Rapport. Vgl. art. 14 al. 1 Ontwerp-wet ter uitvoering van art. 154 G.W. Mrs. Rüell en Oppekheim handhaven dit systeem (Bijdrage II, bl. 52). Zoo uok het ontwerp-Wetboek van Administratieve Rechtsvordering.

Sluiten