Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

wordt 1). Wetende, bij de vervulling van haar moeilijke, zware, vaak ondankbare taak, waarvan zij zoo dikwijls door de inrichting van ons rechtsbedeelingssysteem de resultaten niet te zien krijgt, gerugsteund te worden door de wet, en niet door min of meer juiste instructies van superieuren of van hen, die niet mochten bevelen, en waarvan zij, de politie, de dupe wordt2) naast het publiek, zal zij beter haar taak kunnen vervullen, dan wanneer zij steeds in het onzekere verkeert omtrent het aan te wenden middel. Een onderzoek post factum, aangaande het al of niet rechtmatige van haar optreden, door den rechter, die misschien den politiebeambte zal desavoueeren, ja zelfs straffen, is voor het prestige van de politie allerminst gewenscht. En juist dat prestige wil ook Mr. de Ridder hoog houden. Het is dan ook onbegrijpelijk, dat schrijver, die den rechters op het hart drukt, toch vooral niet „te licht" gehoor te geven „aan klachten, dat de politie onrechtmatig, onbesuisd of ruw is opgetreden"3), eene in de lucht zwevende natuurlijke bevoegdheid met bijbehoorende middelen verkiest boven eene niet in de lucht zwevende bevoegdheid met wettelijke middelen; minder bezwaren heeft tegen eene onbepaalde bevoegdheid dan tegen een wettelijke regeling van de middelen, waarmede eene bepaalde taak ten uitvoer gelegd zal worden. Of moet misschien de heele oppositie hieraan geweten worden, dat men

!) Vgl. Mr. S. J. M. van Geüns in Themis 1895, bl. 406 (Bespreking van Mr. de Ridder's Proefschrift).

2) Ja zelfs het Openbaar Ministerie, zie Hof Ara sterdam, 2 Dec. 1902, P. v. J. 32e Jg. n°. 295.

3) t. a. p., bl. 29.

é

Sluiten