Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STELLINGEN.

I.

De verkooper van eene res mancipii was verplicht tot de mancipatio.

II.

Het is niet noodig, dat de gemachtigde wordt genoemd in de volmacht, welke wordt overgelegd bij het verzoekschrift tot verkrijging van de vergunning, bedoeld bij art. 134 al. 1 B. W.

III.

Ten onrechte besliste de Rechtbank te Amsterdam (28 Juni 1904, W. P._N. en K. 1807), dat een olographisch testament, in den vreemde bij de bevoegde autoriteit gedeponeerd, voldoet aan den eisch, door art. 992 al. 1 B. W. aan door Nederlanders in een vreemd land gemaakte uiterste willen gesteld.

10

Sluiten