Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII.

Het recht van art. 186 al. 1 F. komt ook toe aan den schuldeischer, van wien reeds een of meer vorderingen zijn geverifieerd.

IX.

Ten onrechte meent de Commissie in 1898 door den Minister van Justitie benoemd om advies uit te brengen nopens de maatregelen, welke tot verbetering van de politie kunnen strekken, dat in de artt. 184—186 Gem. Wet sprake is van rijkspolitie. (Zie haar verslag bl. 13).

X.

De opdracht van de politie over de schouwburgen, enz. aan den Burgemeester (art, 188 Gem. Wet) sluit niet in zich, dat deze bevoegd zou zijn aan de vergunning tot het geven van publieke vermakelijkheden de voorwaarde te verbinden, dat voor den aanvang van elke vermakelijkheid een bepaalde som moet betaald worden aan de brandweer voor kosten van bewaking gedurende de samenkomst van het publiek, bij gebreke van welke betaling de vermakelijkheid niet zou mogen plaatsgrijpen.

XI.

De politie, iemand tegen een oogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding verdedigende, is, onverschillig of

Sluiten