Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overschot der baten is, totdat dit overschot overgaat op de overblijvende leden en hun persoonlijk eigendom wordt.

Zooals ter plaatse aangeduid, is de strekking der Wet van *>« va" 185518 5 5 eene publiekrechtelijke, en bevat zij ten aanzien der privaatrechtelijke Vereenigingen, waaronder naar aanleiding van de in haar art. 14 uitgezonderde Vennootschappen slechts de Zedelijke Lichamen kunnen worden verstaan, het beperkend voorschrift van de Koninklijke of de wettelijke sanctie.

Hare bepalingen ten opzichte van de ontbinding der gesanctionneerde Vereenigingen, die in werkelijkheid slechts eene aanvulling der in den titel „ Van Zedelijke Lichamen" geplaatste voorschriften vormen, zijn dan ook min of meer van strafrechtelijken aard.

Het le lid van art. 10 zegt dat:

„De afwijking van goedgekeurde statuten geeft aan het „Openbaar Ministerie de bevoegdheid om bij den burgerlijken rechter de vervallenverklaring der Vereeniging van „hare hoedanigheid van rechtspersoon te vorderen,"

en diezelfde dictatoriale geest spreekt in de volgende alinea,

zeggende, dat:

„De rechter de vervallenverklaring uitsprekende, kan aan „de Vereeniging, niettegenstaande hooger beroep of voorziening „in cassatie, de bevoegdheid tot het plegen van burgerlijke „handelingen bij voorbaat ontzeggen,"

wat veel op de capitis deminutio van een natuurlijken persoon gelijkt, en welke regelingskracht volgehouden wordt in het 3e lid,

luidende:

„De verevening der zaken eener van hare rechtspersoonlijkheid vervallen verklaarde Vereeniging geschiedt onder „toezicht des rechters, die de vervallenverklaring uitsprak, op „de wijze en met inachtneming der vormen omtrent onbeheerde „nalatenschappen vastgesteld",

en uit die onbeheerde nalatenschappen spreekt de maxima capitis deminutio; niet alleen is de rechtspersoon door den rechter gedood, maar de wetgever gevoelt zelfs lust om in de strengste

Sluiten