Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van winstbejag slechts aan de onbeperkte functie der Venn. ten grondslag ligt, en dan ook niet den vereffenaars doch den bestuurders is voorgeschreven.

De opgave van „Winsten en Verliezen" sluit in zich het uitschrijven eener balans, want zonder balans bestaat de facto geene Winst- en Verliesrekening, weshalve art. 5 5 het bij aandeelhouders indienen eener balans slechts voor den duur van den eigenlijken werkkring der Venn. bepaalt.

Art. 55 vormt als lex specialis eene afwijking van de in a r t, 8 gestelde lex generalis, zoodat de Naaml. Venn., die eene handelsonderneming ten doel heeft, niet binnen de zes èerste maanden van elk jaar balans behoeft op te maken, doch ook gedurende de zes overige maanden dien staat mag uitschrijven.

Uit art. 8 vloeit voort dat de koopman, die zijne zaken hkwideert, aldesniettemin verplicht is jaarlijks balans saam te stellen, terwijl art. 55 voor het tijdperk der vereffening niets vermeldt, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de Naaml Venn. gedurende de likwidatie daartoe, en wèl binnen de zes eerste maanden van elk — sc. kalender—jaar, evenzoo verplicht is, daar aangenomen is dat ze eene rechtspersoon is, koophandel drijft, bij liet in-ontbinding-treden niet verdwijnt, en derhalve ook likwideerende als rechtspersoon met den koopman moet worden gelijkgesteld.

Bij meer aandachtige lezing van art. 8 blijkt echter dat onze wetgever, dit artikel uit art. 9 Code de C o m m. overnemende, volstrekt niet aan de Naaml. Venn. dacht, te meer daar hij „soms seing privé" — dat, blijkens de in den Code volgende artikelen, in tegenstelling van de paraaf of het visum van den rechter of \an een ander openbaar ambtenaar diende, — met „eigenhandig te onderteekenen" vertaalde, doch daarentegen de medewerking van ambtenaren voor het viseeren der overige registers en boeken geenszins overnam, en ten slotte voor de Naaml. Venn. art, 55 W. v. K. zelfstandig vaststelde, terwijl het Fransche Wetb. geene dergelijke bepaling bevat. De Naaml. Venn. als denkbeeldige, d. w. z. als abstracte eenheid kan natuurlijk niet èigenhandig teekenen, en uit het bovenstaande blijkt genoegzaam dat art. 8 W. v. K. niet voor haar van toepassing is, terwijl art. 55 geene balans gedurende de Vereffening vordert.

9

Sluiten