Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

runt), stóm stom (ohd. os. stum), stomp stomp, subst. (ohd. stumpf), tóng tong (ohd. zunga), tón ton (ohd. tunna), v&nk vonk (ohd. funclio), wó'ndjr wonder (os. wundar), zin zon (ohd. sunna\ zó'nddr zonder (os. sundar).

§ 97. Ook als geen nasaal volgt wordt zoowel Germ. als Rom. ü tot (?, meestal is dan de voorafgaande of volgende consonant een labiaal of labio-dentaal, b.v. bókko bukken (uit bukn + uitgang), bóffi boffen (zie Franck i. v. bof), dóf dof (nd. duf),klók klokhen (mhd. mnd. klucke), mófpl mof, bontwerk (mlat. muffula), póts poets (mnd. putze), pótsj poetsen (nd. nhd. putzen), póp pop (fra. poupée), slókkj slokken (mhd. slucken), smókkjb smokkelen (oostfri. smukkelen).

§ 98. In vreemde woorden werd u: a. tot o in: bos bosch (ohd. busk, mlat. boscus), dobbil dubbel (lat. duplus), mossah mosselen (lat. musculus), bovendien in toch lucht (ohd. os. luft), met germ. fi\ b. tot ó, en ö\ in: vröch vrucht (lat. fructus), pöis pols (lat. pulsus); c. tot w in pwnt punt (lat. punctum).

Germ. ü in open lettergrepen.

§ 99. Germ. ü in open of oorspr. open lettergreep werd in den regel o\ b.v. dor door (ohd. duruh, durh), kór gil kogel (germ. *kugu-la, zie Kiuge i. v. kugel2), Sö-til schotel (lat. scutula, scutella, ohd. scuzzila), zo~g zeug (ags. sugu), bojj boden (ohd. butum) en zoo verder in het imperf. plur. van de ww. der 2C klasse.

§ 100. Germ. // vóór nasaal werd ö', b.v. zö'n zoon (got.sunus), zó-mjr zomer (os. ohd. sumar).

Uitgezonderd woe/u wonen (os. wunon, wonon).

Umlaut.

§ 101. Germ. ü voor i of j ingesloten lettergreep werdö ofö', uitgezonderd voor nasaal, b.v. brak brug (ags. brycg), bökk.vn bokking (mhd. biickinc), bös bus (ohd. buhsa uit "buhsja, zie Franck i. v.), bössjl bussel, bos (mhd. biischel), drókkj drukken (mhd. drücken), droppjl druppel (dimin. bij ohd. tropfo), gröb greb, greppel (uit *grubjo, zie Franck i. v.), gjdóid geduld (ohd. gidult),

Sluiten