Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neusklanken.

§ 173. m. Epenthesis van in in: pjmpir papier, tramp,

trampa trap, trappen.

m werd b in ma'labsr.. . .

m werd n in pr&nt prompt, met wegval van pen assimilatie

van m aan t.

£ 174. n. Evenals in het algem. Ndl. stelt n zoowel een dentalen, als — vóór j — een palatalen en vóór k en spirantische g

een gutturalen medeklinker voor.

In verbuiging en vervoeging en op 't eind van een woord na

toonlooze vocaal wordt n steeds geapocopeerd.

Prothesis van n in: naovand, verkort uit göjanaovand, Ne ki r Jeker (zie Wdl.), n&nk oom, tengevolge van het vaak voorafgaante lidw., dat zijn n dan aan het subst. overdeed, naovanant (uit naar

advenant).

Epenthesis van n in: lïvand lijnwaad, ga llang gag, crran (adj. van Herve, met syncope van/ voor s, zie Wdl.), stankctsjl staketsel, santroen citroen, winwator wijwater.

Paragoge van n:

a- in- gaon, staon, don, zen, slaon, zie §§ 214, 230, 231.

bs in den nom. sing. masc. bij lidw. bvnw. en sommige pronomina voor klinker of d, t, h, zie §§ 199, 200, 202.

c: Evenals bij de vervoeging in het praes. en imperf. plur. de n weer te voorschijn treedt voor enclitische pronoin. vormen, die met vocaal beginnen, zoo wordt ook n gevoegd achter den singularis-vorm op ^ voor encl. pron. vormen, beginnende met vocaal,

dus: z3 mcLgdan Jm ze maakten hem, maar ook iech magdjn mi ik maakte hem, har haoldut us hij haalde ons.

Syncope van n in: èimaol eenmaal, iwcg weg (vgl. mnl. enweghe), bJgós en kós begon en kon (vgl. mnl be^'^te;k^ leutig levendig (zie § 199), steiwjg steenweg (zie Wdl.), mgjrd wingerd, us en euzj ons en onze, en vaak voor slot-s." o rjgjs ergens, hersjs hersenen (n)inus (n)iemand, vroumis vrouwmensc .

Syncope van n en daarna diphthongeering van den klinker vinden we in: gajs gans en hejs handschoen (zie E. Maurmann, Die laute der Mundart von Mülheim a. d. Ruhr, § 160 en

aanm. 2).

Sluiten