Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drèijdjrlèij drieërlei, velddr (pi. v. vel), manddr (pl. v. man), dender dienaar van politie; soms ook in vnkdld enkel (adj.).

Assimilatie van:

a. nd tot nn in bliniu blinden (subst.), en verbogen vorm van blind (adj.).

b. nd tot n in auslaut bij het mv. der volgende subst. op nd: ben (banden), lian (handen), man (monden), /en (landen), tan (tanden), vrun (vrienden), win (winden), ren (randen), in de woorden: san schande, zun zonde, en in den 1"' pers. praes. vin vind, bin bind.

c. ld tot II, l, in: gelid gelden, selb schelden, göllJ naast göidj gulden (zie Wdl.), vjrgöllj vergulden, ïmbch en vdrblld verbeelden, niclh melden, mei mild, so'hk schort (uit scholdoek, vgl.

van de Water pag. 129 i.v.), wèllj, (verb. vorm van wc-ld), hel en heb, hield en hielden.

d. rd tot r in: ërappjl aardappel, êrsbèis aardbei, varmaore vermoorden, ieeh wer, weirr, ik word, dj wërs, weirrs, gij wordt; de infin. en de overige vormen behouden meestal d.

e md tot m in hivmo hemd.

f. nds tot ns in: saovjns 'savonds, bintmmóns binnensmonds, doezjnstj duizendste, kins kindsch, sins sinds, vóns vondst; voorts bij de dimin. v. substantiva op nd: lensj landje, rnunss mondje, en in de conjugatie van verba op nd: dj bins, vins, gij bindt, vindt.

g. in: avvjkaol advocaat, naovjnwnt naar advenant.

Opm. Geen assimilatie van afhad plaats in: mus, nlmss, daar de Ndl. vormen iemand, niemand, paragogische d vertoonen (vgl. ohd. os. êoman).

Verscherping van d tot t vinden we in: tak dak, onder invloed v. h. voorafgaande lidw. hst; twnkj dunken, wijl in den regel dat of miech voorafgaat; vrivntjhk vriendelijk, lëvatag levendig (zie § 199), kammaraotJ kameraden, broetj bruiden, wö'rtJ werden (§ 212A), b&ntd, vóntj, bonden, vonden (§ 212B), zachtJ, lachtj, kantJ, zeiden, legden, kenden (§ 238).

In de verbogen vormen van woorden, die epenthetische p hebben na m, treedt d weer op, b.v: bjscmdj naast bssëtnp, vrenuh naast vrërnp.

Sluiten