Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soms vinden we in plaats van umlaut, of zoo umlaut niet mogelijk is, klankverandering, b.v: lèifka, wèifh (v. llf, wif, zie § 118), kröisks (v. kras), höiskj, möisfo (v. Iwes, moes, zie § 132).

Opm. 1. Verkorting vinden we in: rnörki, vörkj, psmpèrka (v. moer, vur, pompir).

Opm. 2. Van nisj nichtje (zie § 182), vormen we een nieuw dimin. nisjkj.

De substantiva op n met korten wortelklinker vormen hun dimin. op jkj, b.v: petuukj, pinmki, iuniukj, zumukd, imiukj (v. nu ui); evenzoo hinnik) (v. kê'nd), men/uk) (v. man).

II. skj komt achter substantiva, eindigende op een keelletter, b.v: blökskj, breukskj, bcnkskj (v. bank, zie § 57), dingsk), haökskj, jungski (v. jóng), kregskj, krttksk), öigsk.i (v. oug), pekski, röksks spengskj (v. spang), te'kskj (v. tak), wengsk).

III. ss komt achter subst., eindigende op een tandletter, b.v: bèdsa, biinsj naast bii/uk), briid'j, bcrtïj, draödss, maötSz, stertsj, hensj naast hennska (v. hirnd), hnnsj naast hunnaka (v. h&nd), mnt/sj naast miintwkd (v. mó'nd), pewrtsj, turtsd.

Bij de dimin. der subst. wier n wegviel, treedt deze weer te voorschijn, b.v: hntrrjnsj (v. hntï'rj), tewrjnsj (v. tö'rS) rcgjnsj (v. règ3).

Van ve-rjka varken luidt het dim. verjksh.

Afwijkende vormen vertoonen: bitss naast biitjkj beetje, hödsj (v. höid), klèdsj (v. klè id), stedsj naast stedsj (v. stad.)

Het bijvoeglijk naamwoord.

§ 199. Behalve in sommige vaste uitdrukkingen als awwjrwèts ouderwetsch, vinden we in het dialect nog een overblijfsel van de sterke verbuiging in het neutrum, sing.; hetzij aan het subst. alleen het adj. voorafgaat, hetzij vóór 't adj. een woord met bepaalde of onbepaalde beteekenis staat, steeds heeft het adj. den sterken vorm behouden, b.v: ajt ber oud bier, hot groet kc'nd het groote kind, j liehk wïf een leelijk wijf.

Overigens eindigt het adj. in alle naamvallen, masc. en fem. sing. en in den plur. op 3, onverschillig of een woord met bepaalde of onbepaalde beteekenis voorafgaat, b.v: dm awwj man

Sluiten