Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tabak, tonbak. 1)

Tachtig, tachatag.

Tafel, taopl.

Tak, tak.

Talen, taoh. 2)

Tam, tam.

Tamelijk, tamahk.

Tand, ta nd.

Tang, tang.

Tante, ta'nt.

Tapijt, tap iet. 3)

- tappassera. 4)

Tappen, tappa.

Tarbot, tarbot.

Tarwe, ter af.

tas (vr.). 5)

Tasch, tes. 6)

Te, ta.

Teef, tef.

Teeken, tèika.

Teen (v. d. voet), tien.

Teer (znw.), tar.

Tegel, te gal.

Tegen, te ga.

Tegenwoordig, teganswördag. Teljoor, talewr (m.). 7)

Tellen, tèlla.

Temmen, temma.

Tempel, tempal.

Tent, tent.

Tepel, te pal.

Tering, të'rang. Terpentijn, terrapatin. Terug, trök.

Testament, testament. Tevreden, tavrèija. 8) Thee, tèj.

Tien, tien.

Tijd, tid.

Tijger, tigar.

Tijk, têk. ")

Tikken, tikka. Timmeren, tummara. Tin, ten.

Tinnen (bvnw.), tëna. Titel, tital.

Toch, toch.

Toe, touw.

toeka. ,0)

Toen, toen, doe. ") Toer, toer.

Toets, tós. 12)

Toeval, touval. Ton, tón.

Tong, tóng.

Toom, to'um.

T.') zie de Bo i. v. toebak. *) gevolgd door het voorzetsel van, met de bet: spreken, reppen van iets. 3) steeds met de bet: behangselpapier. *) fra. tapisser, behangen.r') fra. tasse, kop. 6) alleen met de bet: zak in een kleedingstuk. 7) het gebruikelijke woord voor tafelbord; zie de Bo i. v. taljoor. ») zie Wdl. i. v. content. 9)steeds in de samenstelling: köstek kussentijk. 10) plagende slaan, tergen; de Bo: tuiken = stooten, b.v. van geiten, zie i. v. u) doe komt niet als bijw. voor; toeniers, taniers (bijw. van tijd), zoo pas. 12) toets

Sluiten