Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zy oock wie hy zy, of oock van wat ghesintheyt. (Stommen Ridder 2283). Die is van hoogher zaat. (ibid. 2362). En sy was so van passen. (Spa. Brab. 93). Den Adel is voorwaar al heel van ander stof. (Lucelle 1122). Dat is verganckelijck en van seer kleener waarden, (ibid. 2096).

§ 42-

Een infinitief zonder te kan als praedicaat voorkomen bij het werkwoord blijven, in de beteekenis van een tegenwoordig deelwoord.

En als dan d'een of d'aar blijft liggen in het zandt? (Het daget uyt den Oosten 772). Daer blyft hy staen. (ibid. 1135). En stille bleefdy legghen. (Moortje 195).

Opmerking.

Een tegenwoordig deelwoord komt ook voor:

Dus so gy 'tmet mijn bestaat, gy selt wel etent blyven. (Klucht van Symen 550). Dat ick hier dus samelende blijf. (Lucelle 2276).

§ 43-

Een infinitief met te kan als praedicaat bij de overige koppelwerkwoorden staan, eveneens in de beteekenis van een tegenwoordig deelwoord.

Dat ick nu schier een ander schyn te wesen. (Griane 1166). Dat niet een blijt getier t'geselschap scheen te groeten. (Lucelle 788). Wat schijn ick hier te hooren? (Rodd. ende Alph. 1133). Dat voordeel scheen te zijn. (ibid. 1455).

Opmerking.

Bij staan komt de infinitief met te alleen voor in de uitdrukkingen :

Daer onse Eeuwe noch veel van te wachten staet. (Het daget uyt den Oosten 84). Wat mijn te wachten staat. (Lucelle 1271). Haar sal te wreken staan de schrickelijcke moort. (ibid. 2466). Wat staat my nu te doen ? (Moortje 888).

Sluiten