Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 156.

Om wordt gebezigd:

a. ter aanduiding van het doel, waar wij voor gebruiken.

Ick moet noch om 't afterste sorgen. (Spa. Brab. 1715).

b. ter aanduiding van eene verwisseling of ruil, waar wij tegen of voor gebruiken.

En sv leyde slapers om geit. (Spa. Brab. 88). Die hy de smits en de wage boeven verkoft om halver waerden. (ibid. 137). Jy selter gheen langt om koopen. (ibid. 345). Daer wil ick wat moys om koopen. (ibid. 575). De hielle bouwt om ien ryaal. (Moortje 674). Daer stonden die brandewijn-drinckers, en droncken 't mutsjen om twee blancken. (ibid. 724). Hy ruylde pack om pack. (ibid. 1951). Datmen twyntich ayeren pleecht te koopen om een stuyver. (ibid. 2605). Op andere plaetsen kanmen de poort om een pijntjen op koopen. (Klucht vanden Molenaer 4). Soo lang der Artzenijen... te krygen syn om geld. (Lucelle 718). Ick ruylde dat ghcluck om al de Werelt niet. (De Groote Bron der Minnen, pag. 471, vs. 36). Om dat sy die niet mach dan om haar Maaghdom krvghen. (Boertigh Liedt-Boeck, pag. 336, vs. 106).

Opmerking.

0>n wordt met den datief en den accusatief geconstrueerd; met den datief komt het voor:

Om halver waarden. (Spa. Brab. 137).

§ 157-

Op wordt gebezigd ter aanduiding eener plaats- of tijdsbepaling, waar wij naar of tegen gebruiken.

Twee op een mach niet gaew. (Het daget uyt den Oosten 716). Wie loopt my hier op 't lijf? (ibid. 1143). Ick treek eens op mijn lant. (Lucelle 2570). Wel gaeje op een aer? (Moortje 645). Ick selje gaen brengen al stilletjes op een ander oort. (Klucht vande Koe 228).

Opmerking 1.

Wij zouden aan gebruiken in een' zin als:

Nouw, tempt jouw moedt, en devnekt iens op den Hemel, maar. (Rodd. ende Alph. 451).

Sluiten