Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 191-

De conjunctief wordt vaak omschreven door middel van de modale w.w. laten, mogen, moeten en willen.

Den Hemel wil u zeeg'nen en laat voorspoeidelijck op u zijn gunste reeg'nen. (Stommen Ridder 1116). Daer mach van komen wat het mach. (Het daget uyt den Oosten 1069). Die moet u eeuwigh sparen. (Rodd. ende Alph. 73). De Heer wil u gheleyden. (ibid. 144). De Heere wil Me-vrouw in eeuwicheydt bewaren. (Griane 1286). Den Hemel wil u beyden steets salighen met vruecht. (ibid. 2577).

C. DE TIJDEN VAN HET WERKWOORD.

§ 192.

De tegenwoordige tijd wordt dikwijls gebruikt voor het verleden. (praesens historicus).

Koom ick niet uyt de Zaal,... en sagh ick niet terstont die groote weytsche Hansen. (Griane 1573). Maar 'twyl dat zij haar tydt in Boelery besteet. (ibid. 2086). Alexander ...en wilde 't Vrouwvolck niet, hoewel gevangen, sicn, maar groetse. (Lucelle 164). Eens r.ls hy sou gaan varen,... ontmoet haar onversien een Boot. (ibid. 1740). Hy neemt zijn swaart in handen, en sloech. (ibid. 1743). Sy dwarlen in de Zee,... en weten star noch grondt te schieten noch te peylen. De kracht vande Magneet en wasser niet bekent. (Moortje. 239). En niemant was van haar de dolle Zee ghewent. voorts kompter bruysent an een schip vol ruekeloosen,... die klampen hem anboort en legghen hem een laagh,... en raken so voort slaagh. (ibid. 243). Dewyl wy onder seyl en voor de Haven waren, so koelt en went de windt. (ibid. 565). En so hy eens met kracht het vatten, en wiekten hoe veel der noch mocht zijn : hy tilt so stijf an't vat so dat hy met de start vil. (ibid. 942). Hy nam een groote pot,... hy licht de pottaart op, en hy klopt uyt het vat de dueffick, en stopt zyn duyrn int lege gat. (ibid. 950). Soo ick na haar was gaande so ontmoet myn Jan Kray. (ibid. 1029). En ick sach... ; daar scheldt ick en

verfoev flux myn onachtsaamheden, ick sla de Leydsche

schinckel om. (ibid. 1774). Hy gaat en treckt zijn sweert, en trat voort moedich tot de wreede beesten aan. (Stommen Ridder 584). Daar op zevt de Princes, en gaf haar dit bescheyt. (ibid. 1078).

Sluiten