Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhoudingen, die we aantreffen bij de buikvliesontsteking van den mensch.

Heineke (23) acht deze proeven van Höber wegens de sterkte van den gekozen prikkel minder geschikt voor vergelijking met de verhoudingen bij peritonitis. Waar nu echter uit H e i n e k e's eigen experimenten blijkt, hoe weinig prikkelbaar het konijnen-peritoneum is, is het wel niet te vermijden, dat men tot sterke prikkels zijn toevlucht neemt, wil men er in slagen reflectoire verschijnselen van uit dat resistente peritoneum op te wekken. Het blijkens tal van ervaringen zoo zeer gevoelige menschelijke buikvlies heeft dergelijke sterke stimulantia niet noodig om zijn zenuwwerkingen te kunnen ontplooien.

Al mogen we nu ook niet resultaten, bij dieren verkregen, zoo maar zonder meer op den mensch overbrengen, toch kunnen we aan deze belangrijke experimenten onmogelijk alle beteekenis ontzeggen.

Misschien mogen we dan nog uit de proeven van Friedlander — ik moet over diens experimenten later nog meer meedeelen — en uit de door anderen bij prikkeling der splanchnici verkregen resultaten het besluit trekken, dat de baan, waarlangs de prikkel van uit de buikholte verder voortgeleid wordt, in hoofdzaak de vagus is, althans dat deze daartoe veel meer in aanmerking komt dan de splanchnicus (sympathicus).

Hoe is het nu bij den mensch? Doen zich bij den mensch ook verschijnselen voor, die wijzen op het bestaan van een reflectoiren invloed van de buikholte op den bloedsomloop?

Dit wil ik in het volgende onderdeel van dit Hoofdstuk nagaan.

Sluiten