Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitzondering). ') Wel vertoonde zich in enkele gevallen na de operatie icterus. Exitus ten gevolge van galvergiftiging (cholaemie) wordt bij de spontane perforaties, b. v. door galsteenen, niet waargenomen, in tegenstelling met wat we bij de traumatische rupturen soms zien (Ehrhardt).

Het is verder bekend, dat groote hoeveelheden etter in de buikholte kunnen aanwezig zijn, zonder dat de temperatuur verhoogd is. Verschillende oorzaken zullen hiervoor wel aansprakelijk gesteld moeten worden. Door de groote plasticiteit van het peritoneum b. v. kan een infectiehaard in korten tijd afgekapseld worden, de temperatuur daalt en kan reeds na eenige dagen normaal zijn. Ook bij zeer groote intraperitoneale abscessen kan de temperatuur beneden 37° zijn, wat daardoor verklaard wordt (L e n n a n d e r), dat de bijbehoorende lymphbanen gethromboseerd of samengedrukt zijn. Wordt de etter ontlast, dan stijgt dikwijls de temperatuur voor een of enkele dagen: hernieuwde resorptie in samenhang met de veranderde circulatieverhoudingen ten gevolge van den verminderden intraperitonealen druk, de opening van de lymphbanen in de groote operatiewond en de gedeeltelijke verwoesting der afsluitende fibrinebeslagen.

Als voorbeeld van de goedaardigheid van groote exsudaten noemt Lennander de zoogen. „buikempyemen", waarbij dikwijls de geheele buikholte met etter gevuld kan zijn. Nu kan in vele gevallen de etter op zich zelf misschien vrij goedaardig zijn (hij is in sommige gevallen

') Onder de gevallen van perforatie van de steenen-bevattende galblaas, die Nee k (67) beschrijft, komen er enkele voor, die een lichten icterus vertoonden; in één geval slechts bestond sterke icterus. De veranderingen aan het peritoneum waren hier juist zeer gering.

Sluiten