Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rule 15 tot de pleaders richt, niet beperkt, want zij spreekt zoo algemeen mogelijk. Allereerst zullen wij steeds moeten denken aan het moveeren van een feit, dat een nieuw rechtsvoorschrift toepasselijk maakt1). Ook de voorbeelden gegeven in dc Annual Practice (ad Order XIX. rule 15) wijzen hierop. Zoo noemt dit werk: het stellen van „inevitable accident" in antwoord op een vordering wegens „negligence"; evenzeer van „contributory negligence". In een vordering wegens beleediging moet reeds in de conclusies gewezen worden op „privilege" of de waarheid van de ten laste gelegde feiten enz. In geval van confession and avoidance kan het ook noodzakelijk zijn te wijzen op negatieve feiten, b. v. afwezigheid van meerderjarigheid, gebrek aan con sideration bij handelspapier. Boven stipte ik reeds even aan, dat een scheiding in positieve en negatieve feiten inzake de material facts van niet het minste belang is.

Uit de genoemde gevallen, en vooral uit Order XIX rule 4 ziet men, wat de Engelsche pleading-regels beoogen. De bewijslast berust op de conclusies, beide partijen kunnen volstaan in deze een minimum feiten te stellen (de Engelschen zeggen : „it is sufficiënt to make out a prima facie good case"), maar beurtelings rust op haar de plicht, zoo noodig, den rechter op nieuwe feiten opmerkzaam te maken, en wel op grond van

'(Wijselijk echter heeft Order XIX. rule 15 zich algemeener uitgedrukt, en spreekt, zoo ruim mogelijk, van „all such grounds.. .as if not raised would be likely to take the opposite party by surprise". Daarmee staan we hier voor een feitelijke kwestie, die steeds in het concrete geval, in laatste instantie van rechterlijke zijde, haar oplossing zal vinden.

Sluiten